Blog
A-status?
27 februari 2010 08:59 uur
Ik heb de regeltjes er nog eens op nagekeken. Een sporter krijgt van het NOC-NSF de A-status door bij de eerste 8 te eindigen tijdens een WK. Lars Elgersma, een topper uit onze ploeg, werd bij het WK Sprint in Japan achtste.
Die jongen was als een kind zo blij. Want hij toonde aan er nog steeds bij te horen én hij zou de A-status ontvangen, wat inhoudt dat je een jaar lang een bescheiden toelage ontvangt van het NOC-NSF. Met het budget van onze ploeg is zoiets heel welkom.
Ik was er blij om, want Lars twijfelt nog wel eens over zijn toekomst als schaatser. Hij studeert en met het minimale loontje dat hij bij onze ploeg ontvangt moet hij zich nog altijd laten sponsoren door zijn ouders.
Maar wat hoor ik gisteren? Het NOC-NSF wil de A-status plots niet verlenen omdat de Control-ploeg van Jac Orie niet aanwezig was op het WK en het dus een gedevalueerd toernooi zou zijn. Het is voor Lars een klap in het gezicht en het is ook nog eens hartstikke onterecht. Die jongen werd op de 1000 meter bij het WK notabene tweede achter wereldkampioen Lee. En dan nog: wie er niet is kan hij toch ook niet verslaan?
Nu zie ik het NOC-NSF in Vancouver goede sier maken met onze medaillewinnaars, maar oog voor een thuisblijver met een enorme potentie is er blijkbaar niet. Lars miste de Spelen op 2 honderdsten. Zo is het contrast tussen de olympiërs en zij die zich nét niet plaatsten wel heel groot. Het is alsof je een eredivisie hebt en direct daaronder de amateurs.
Nu kan het zomaar zijn dat de schaatssport Lars Elgersma verliest en dat zou onvergeeflijk zijn. Want we hebben nog niet eens de helft gezien van wat die jongen kan.
Erica bewijst ons een dienst
17 februari 2010 17:40 uur
Dat ik niet in Vancouver ben heeft te maken met het beperkte budget van onze ploeg, maar ook met zelfkennis. Want ik weet dondersgoed dat ik heel wat biertjes in de hand gedrukt had gekregen. En als je zo verslaafd bent geweest als ik, dan moet je weten waar je je wel en, nog belangijker, waar je je niet moet ophouden.
Ik denk dat ik redelijk goed ben in het herkennen van een verslaving. Als ik Erica Terpstra vanmorgen hoor in het radioprogramma van Edwin Evers, dan zie ik dat ook. Want ze heeft zelf niet eens door dat ze te beschonken is om normaal te kunnen spreken. Sommigen vinden dat Edwin Evers had moeten ingrijpen. Ik ben hem juist dankbaar. Want nu wordt wel heel duidelijk in wat voor sfeer er tijdens de Olympische Spelen onder de Nederlandse vlag zaken worden gedaan. Ik heb niets tegen een biertje, maar collectief comazuipen onder de paraplu van notabene het NOC-NSF kan toch nooit de bedoeling zijn? In Canada mag je als je onder de 19 bent niet eens komen in een gelegenheid waar alcohol wordt geschonken. En dus kwam er een soort educatieve hoek in het Holland Heineken House, waardoor kinderen toch naar binnen mochten. Ze mogen er officieel niet drinken, maar dat doen ze natuurlijk wel. En doen ze het niet, dan zien ze wel hoe sfeerverhogend de alcohol werkt. Een grotere stimulans om zelf ook wat te drinken is er niet. Een handige lobby van Heineken zorgde er overigens voor dat in plaats van 1800 uiteindelijk 4000 mensen het Holland Heineken House in mochten.
Zelfs de kroonprins hoorde ik bij een eerdere editie van de spelen zeggen dat hij die avond naar het Holland Heineken House zou gaan. Ook het koninklijk huis maakt dus reclame voor onze grootste bierproducent. De KNSB staat, terecht, niet toe dat er op of rond de ijsbaan wordt geadverteerd voor alcohol en tabak, maar hun schaatsers worden na het winnen van een medaille wel toegezongen door een stomdronken menigte. Waarom denk je dat Sven Kramer zich na zijn huldiging zo snel mogelijk weer uit de voeten maakte?
Dat er bij schaatstoernooien wordt geschonken vind ik op zich geen enkel probleem. Maar dat is heel wat anders dan dat sport en drank worden gepresenteerd als een soort twee-eenheid. Bij Heineken zijn tussen de twee Olympische Spelen door mensen fulltime bezig om te kijken hoe ze de twee kunnen samenbrengen. Ik snap dat wel, want sport verkoopt, maar moeten de sportorganisaties daar dan aan meewerken?
Terug bij Erica, het boegbeeld van het NOC-NSF. Ik ben blij met de dienst die ze ons vanmorgen bewees. Want ik ben ervan overtuigd dat dit het begin van het einde is van hoe het er nu aan toe gaat tijdens de spelen. Natuurlijk moet er een gelegenheid zijn voor de Nederlanders om elkaar te treffen en natuurlijk moet daar een biertje geschonken worden. Maar als het NOC-NSF slim is, neemt ze het initiatief voor een heel ander HHH: een Holland Health House met alles wat met gezondheid, sporten en duurzaamheid te maken heeft. Dan loop je voorop, dan doe je iets waar andere landen met bewondering naar kijken. Nu schudden ze hun hoofd. En terecht.
Het schaatsen wint met Lee
15 februari 2010 09:17 uur
Geweldig die Sven. Hij flikt het toch maar. Het mooiste is wel dat hij nooit zijn ambities heeft verzwegen. Zo verhoog je zelf de druk en daar moet je mee om kunnen gaan. En Sven kan dat. Een grotere sportmentaliteit dan die van Sven kun je volgens mij niet hebben.
Wat mij ook erg blij maakt, is de tweede plek van de Zuid-Koreaan Lee. Niet omdat ik hem ken of zo (ik had tot een paar weken terug nog nooit van hem gehoord), maar omdat hij een Koreaan is. Iedere Nederlander weet hoe mooi de schaatssport is, maar ook dat het schaatswereldje nog altijd maar een kleine familie is. In Zuid-Korea barstte na zaterdagavond direct een soort 'Lee-mania' los. Want die jongen begon pas afgelopen september met langebaanschaatsen. Hij was immers short-tracker.
Andere Koreanen gaan hier natuurlijk ook bij nadenken. Ze zullen zich realiseren dat shorttrack (erg populair in Zuid-Korea) een hele goede basis kan vormen voor het langebaanschaatsen. Het zou me niet verbazen dat de Koreanen zich door dit succes meer op het langebaanschaatsen gaan richten. En berg je dan maar. Als Koreanen iets oppakken, dan doen ze het goed. De grootste winnaar zal de schaatssport zijn, want die zal er weer iets mondialer van worden.
En als we het nog even beperken tot Lee: die jongen is 21 en over vier jaar zal hij het Sven heel moeilijk maken. Dat is goed voor Sven, goed voor Zuid-Korea en bovenal voor onze prachtsport. En passant toont die kleine spichtige Koreaan ook nog eens dat je helemaal geen indrukwekkend ogend lichaam nodig hebt om hard te kunnen schaatsen.
Voor mijn kop slaan
13 februari 2010 13:51 uur
Gisteren bekeek ik nog eens de beelden van de openingsceremonie van 1988 in Calgary. Ik mocht met de vlag lopen en in mijn kielzog liepen niet de minsten. Dan heb ik het ook zeker over wat deze sportmensen ná hun actieve sportloopbaan hebben gepresteerd. Leo Visser, Hein Vergeer, Gerard Kemkers, Ingrid Haringa, Henk Gemser, Herbert Dijkstra, Yvonne van Gennip; allemaal mensen die wat hebben neergezet op maatschappelijk gebied.
Dan heb ik het een heel stuk minder goed gedaan. Tijdens de openingsceremonie van vannacht zag ik Gerard Kemkers, Geert Kuiper en Gerard van Velde ook weer meelopen, vrolijk zwaaiend. Ik kan me dan wel voor mijn kop slaan. Want wat heb ik veel jaren weggegooid. Als ik mijn verstand een beetje had gehouden, was ik daar misschien ook aanwezig geweest als coach. Dan was ik al heel wat jaren schaatstrainer geweest. Nu ben ik bezig met een inhaalrace. Maar ik zet door, want over vier jaar wil ik er ‘gewoon’ weer bij zijn.
Mijn kortebaanvirus
27 januari 2010 08:20 uur
In een grijs verleden organiseerden kroegbazen, als het winter was, wedstrijden op de naast de kroeg gelegen sloot of vaart. Deze uitbaters deden dit enkel en alleen om winst te maken. Zij wisten namelijk maar al te goed, dat het publiek massaal zou toestromen, zodat een geweldige drankomzet op voorhand al vaststond. De uitbaters verdienden zelfs zoveel dat zij de schaatsers begonnen te betalen in de vorm van mooie prijzen van zilver en goud. Nu waren er natuurlijk, net als nu, meer kroegen dan schaatsenrijders en een gezonde marktwerking zorgde ervoor dat onze voorgangers het bovenmodaal goed hadden, althans wanneer het winter was. Startgelden werden er inmiddels ook al betaald en vooral schippers, die vanwege het ijs niet konden varen, specialiseerden zich in deze eerste schaatswedstrijden die omwille van de omzet, zo dicht mogelijk tegen de kroeg aan werden verreden. De wedstrijd duurde nooit langer dan zo'n 15 seconden en het begrip kortebaan was geboren. Er werd dan ook altijd reikhalzend uitgekeken naar een nieuwe vorstperiode die werd ontvangen als een groot winterfeest voor iedereen.
Dit gevoel zit in onze genen en nog steeds als het winter wordt begint er in mij iets te kriebelen. Ik moet wel haast een voorvader hebben gehad die vroeger iets met de kortebaan van doen heeft gehad, want ook mijn vader was bevangen met het kortebaanvirus. Hij zette mij als ukkie op het ijs en liet mij bijna wekelijks rechtuit schaatsen op de lange uitloop die Thialf toen nog had en bestemd was voor het NK kortebaan. De duizenden startjes die ik daar onder het toeziend oog van mijn vader maakte, vormden de basis van mijn latere sprintsuccessen. Mijn zoon Jesper is inmiddels 15 jaar en hij heeft het kortebaanvirus niet meegekregen. Anders dan Jesse Kuiper, de zoon van schaatsvriend Geert, loopt hij niet warm voor de kortebaan.
Maar omdat al dat moois van hierboven zo diep geworteld ligt in mijn genen ben ik nog altijd als een kind zo blij als het winter wordt en als er weer kan worden gestreden op de 160 meter. Ik heb dan wel niet het plezier wat schaatsvriend Henk Hospes ervaart met zijn zeer snelle zoon Jesper, maar als coach van Team APPM heb ik met Freddy, Michel en Ronald eigenlijk drie super vervangers van mijn eigen Jesper.
De eerste confrontatie werd gehouden in de achtertuin van de afscheid nemende Erben Wennemars en werd probleemloos door Jesper Hospes gewonnen. Freddy werd er jammer genoeg uitgeschoten door een bestuurder die gelijk boven geluk wilde stellen en Michel werd derde. De tweede confrontatie vond plaats in Balk en ging dit keer tussen Freddy en Jesper en ook dit keer won Jesper, ware het nipt.
Gisteravond vond de derde confrontatie plaats in het kortebaangekke Nijelamer. Ook dit keer stonden er weer grote namen op de lijst, zoals Huub van der Wart, Sietse Heslinga en Tim Saleman. APPM was vertegenwoordigd met Freddy en Michel. Michel moest gelijk al tegen Huub, terwijl Freddy tegen een beginner moest. Na drie keer twee ritten moesten Fred en Michel tegen elkaar, terwijl Jesper een staand nummer had en derhalve alleen en zonder moeite zijn rit kon uit rijden. Michel was geweldig sterk en won de twee ritten van een met liesproblemen kampende Freddy. De finale ging dus tussen Jesper Hospes en Michel Mulder en werd echt afgetekend gewonnen door mijn Michel, die het stokje weer overnam van broer Ronald die twee jaar geleden de grote prijs van Nijelamer wist te winnen.
Kortebaan zit in mijn genen en ik verheug mij nu alweer op vanavond, als ik samen met Freddy naar de grote prijs van Grouw ga en natuurlijk om te winnen.
Was het maar altijd winter!
Marianne Timmer
22 januari 2010 06:20 uur
Dit weekeinde moet het gebeuren voor Marianne Timmer. Of eigenlijk: mag het gebeuren. Want wat kun je verwachten van iemand die zo kort geleden nog in de kreukels lag?
Ik kan me bijna niet voorstellen dat het haar lukt zich te plaatsen voor de Spelen. Het zou een klein wonder zijn. Maar stel dat ze het wél redt, dan denk ik dat er iets bijzonders gaat gebeuren.
Je ziet het vaker met sporters die voor een belangrijk toernooi geblesseerd raken en gedwongen rust moeten houden. Tijdens zo'n rustperiode krijgt het lichaam ineens de mogelijkheid volledig te herstellen van alle gedane trainingsarbeid. Normaal krijgt het die kans niet. Als je dan later weer begint te trainen, zie je soms dat de sporter een heel hoog niveau haalt. Denk aan Marco van Basten tijdens het EK in 1988 of aan Yvonne van Gennip in dat zelfde jaar in Calgary. Ook zij kwamen terug van een blessure.
Een sporter die in een race tegen de klok probeert op tijd te herstellen legt zichzelf veel druk op, maar de druk vanuit de omgeving is juist minder. Ook dat kan Marianne helpen, hoewel ze al vaak bewees uitstekend met die druk te kunnen omgaan. Hoe het ook zij, ik hoop dat Marianne het redt. Want Marianne hoort op de Spelen.
Juiste keuze!
18 januari 2010 14:09 uur
Ronald Mulder gaat naar de Olympische Spelen. Een hele goede keuze van de KNSB, maar ook de enige juiste. Want willen wij met Nederland weer een sprintnatie worden, dan moeten we het niet laten bij het uitspreken van intenties. Dat er nu een echte sprinter wordt aangewezen is goed, heel goed.
Ook voor Ronald zelf. Want de ervaring die hij nu gaat opdoen, helpt hem om nog een stap te zetten. En dan heb ik het nog niet eens over zijn kansen. Want niemand zegt mij dat hij het podium niet kan halen. Hij werd het afgelopen vierde op het WK en dat is mij nooit gelukt. Mijn hoogste positie was zesde (1988, ook een toernooi waarbij niet alle toppers aanwezig waren) en een week later won in zilver op de spelen van Calgary. Ronald zit nu vol euforie in het vliegtuig, terug naar huis. Waarschijnlijk weet hij zelf nog niet eens dat hij naar de Spelen gaat. Als hij straks uitstapt en zijn telefoon aanzet, wordt die euforie dus alleen maar groter. Zo groot, dan hij de komende dagen geen jetlag zal voelen.
Ik zeg je: let op Ronald. Hij gaat ons verrassen. Al zal de verrassing voor mij misschien iets minder groot zijn.
Regeltjes?
16 januari 2010 09:59 uur
Ik heb eigenlijk nooit veel opgehad met regeltjes. Dat brak me in het verleden meermalen op. Ik werd eens geschorst door de KNSB, en later werd ik zelfs uit de ploeg gezet. Hoewel ik nog steeds vind dat ik vaak in mijn recht stond, begrijp ik natuurlijk ook dat zonder het naleven van regels anarchie troef is.
Daarom besloot ik, toen ik terugkeerde in het schaatsen, me wat meer te schikken naar de regels. Die van de KNSB wel te verstaan. Mijn mening zou ik blijven geven en nog steeds ageer ik graag tegen de kaders die de bond opstelde, maar ik zou niet meer buiten de lijnen stappen.
En dus houd ik me daaraan. Juist daarom verbaast het me zo dat de KNSB nu zélf minder genegen lijkt zich aan de afspraken te houden. Want volgens die ingewikkelde prestatiematrix had Ronald Mulder nu al zeker moeten zijn van de Spelen. De regels van de ISU stellen duidelijk dat een schaatser niet mag worden aangewezen als hij geen individuele afstand rijdt. Waarom stelt de KNSB nu dan ineens alles in het werk om daar verandering in te brengen? Regels zijn er niet voor niets, ik hoor het de bondsbestuursleden zo zeggen. Zullen we er ons dan ook maar aan houden?
|